<h2>Eenieder wordt geacht <strong>Strada lex</strong> te kennen</h2>

Archief +

Tijdskrediet en thematische verloven in de privésector

Wegwijs in de wetgeving - Interview met auteur Koen Feremans

Zopas verscheen in de Bibliotheek Sociaal Recht het boek Tijdskrediet en thematische verloven in de privésector. Exclusief voor Actua Leges beantwoordde auteur Koen Feremans voor ons enkele vragen.


Trefwoorden:

Sociaal recht – Tijdskrediet – Thematische verloven – Ouderschapsverlof - Ontslagbescherming

 

 



De wetgeving rond de tijdskrediet en thematische verloven is voortdurend in beweging. De publicatie van uw boek werd op het laatste moment nog enkele weken uitgesteld, zodat u nog enkele belangrijke wijzigingen kon doorvoeren in de drukproef. Ook zestien jaar geleden, bij de publicatie van de eerste editie, zat de wetgeving u voortdurend op de hielen.

Dat klopt. In 2002 werkte ik op vraag van prof. Othmar Van Achter aan een bundeling van de in de wetgeving bestaande vormen van loopbaanonderbreking: de algemene vormen van loopbaanonderbreking (schorsing van de arbeidsovereenkomst en vermindering van arbeidsprestaties) en de specifieke vormen van loopbaanonderbreking (de thematische verloven ouderschapsverlof, verlof voor medische bijstand van een zwaar ziek gezins- of familielid en het verlof voor palliatieve verzorging en zelfs loopbaanonderbreking voor de uitoefening van een politiek mandaat (!)).

Om werknemers aan te moedigen loopbaanonderbreking op te nemen, konden zij, indien zij voldeden aan de gestelde voorwaarden, onderbrekingsuitkeringen ontvangen.

De algemene vormen van loopbaanonderbreking waren voornamelijk een economische maatregel en opname ervan hing van heel wat factoren af, zowel voor de werknemer als voor de werkgevers.
De vervangingsplicht van de werknemer in loopbaanonderbreking was daar een van.

De economie deed het toen echter behoorlijk goed, zodat de werkgever het moeilijker en moeilijker kreeg om vervangers te vinden. Ook maatschappelijk werd steeds meer belang gehecht aan een betere balans tussen werk en privé. Zo werd loopbaanonderbreking meer een maatschappelijke dan een economische maatregel.

Kortom, tussen 1985 en 2002 was de wetgeving dan ook onderhevig aan vele kleinere en grotere aanpassingen zodat een bundeling noodzakelijk was geworden.

Zoals dat in België gaat, werd een en ander aan het overleg tussen de sociale partners overgelaten zodat met de CAO 77 (14 februari 2001) van de NAR het tijdskrediet het levenslicht zag. Deze CAO onderging echter onmiddellijk zodanig veel wijzigingen dat deze nooit in werking trad. Intussen was mijn boek ‘Beroepsloopbaanonderbreking en tijdskrediet in de privésector’ afgewerkt én gedrukt in december 2001. Aangezien CAO 77bis de CAO 77 volledig verving, was het boek in één klap verouderd en werden alle exemplaren teruggeroepen en vernietigd.

Een volledige kerstvakantie ging vervolgens op aan de herwerking van dit boek, zodat in februari 2002 een volledig herwerkte versie verscheen, inclusief een mooie band errond: ‘Bijgewerkt tot 1 januari 2002! Bevat CAO nr. 77bis van 19/12/2001’.

Sinds het verschijnen van de eerste editie in 2002 zat de wetgeving uiteraard niet stil. Welke evoluties – in grote lijnen – vielen op (en maakten uiteindelijk een herziene editie noodzakelijk)?

CAO 77bis (19 december 2001) liet vanaf januari 2002 het algemeen stelsel van loopbaanonderbreking achter en voerde het tijdskrediet in. De specifieke vormen van loopbaanonderbreking bleven als apart systeem verder bestaan.

Als aanmoediging om tijdskrediet en de thematische verloven op te nemen bleven werknemers (onder voorwaarden) recht hebben onderbrekingsuitkeringen vanwege de RVA.

De maatschappelijke en economische evoluties zorgden opnieuw voor heel wat noodzakelijke aanpassingen aan deze cao: in 2007, 2009, 2010 … Blijven renoveren van de cao werd echter moeilijker en moeilijker zodat in 2012 een nieuwbouw noodzakelijk werd: CAO nr. 103 tot invoering van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en landingsbanen zag het levenslicht op 27 juni 2012. Maar ook deze cao was weer snel aan renovatie toe in 2015, 2016 en nog in maart 2018…

De nieuwe CAO 103 bevat heel wat overgangsmaatregelen . Het is er m.i. dan ook allemaal niet gemakkelijker op geworden, zodat ik zelfs van een kluwen durf spreken.
Daar waar CAO 77 in slechts 12 pagina’s het tijdskrediet trachtte te omvatten, was CAO 77bis nog maar tevreden met 21 pagina’s. CAO 103 (zowel de oude gecoördineerde versie als de nieuwe gecoördineerde versie zit al aan 32 pagina’s…). En dan spreken we nog niet eens over het bestaan van twee aparte regelgevingen inzake de toekenning van de onderbrekingsuitkeringen: die voor het tijdskrediet en die voor de thematische verloven.
We menen dat we  een verdienstelijke poging hebben gedaan om met de huidige editie in dit kluwen enige lijn te scheppen.

Om de bovenvermelde redenen kunnen we echter niet meer spreken van een ‘update’ van de eerste editie. Het is een volledig nieuw boek geworden.

Dat mag u gerust zeggen, en u mag er gerust bij vermelden dat het opnieuw een hels karwei moet geweest zijn om op heldere wijze de lezer doorheen al deze regelgevingen te gidsen. Die lezer zal overigens om tal van verschillende redenen naar uw boek grijpen, op zoek naar antwoorden. Bijvoorbeeld een antwoord op de vraag waar de grenzen liggen van tijdskrediet en thematische verloven. Om maar iets te zeggen: wanneer kan een werknemer die gebruik maakt van één van deze regelingen ontslagen worden?

Werknemers die tijdskrediet of een of andere vorm van thematisch verlof aanvragen zijn principieel beschermd tegen ontslag. De beschermende maatregelen zijn m.i. wel gekend. Maar in mijn advocatenpraktijk moet ik echter zeer dikwijls aan cliënteel, zowel aan de werkgevers als aan de werknemers, duidelijk maken dat een bescherming tegen ontslag niet betekent dat de werknemer niet kán ontslagen worden.

Dit misverstand - en dat geldt uiteraard voor de meeste beschermende maatregelen in het arbeidsrecht - is hardnekkig. de bescherming tegen ontslag betekent voornamelijk dat er een (financiële) sanctie kan opgelegd worden aan diegene die deze ‘beschermende maatregel’ naast zich neerlegt.

Het is dus hoe dan ook van kapitaal belang dat men zich zeer goed informeert en laat informeren. De informatieverstrekking vanuit de overheid omtrent rechten, papierwerk, recht op bijstand e.d., hoe verloopt dit naar uw gevoel?

Mijn editie van 2002 behandelde zeer uitvoerig de aanvraagprocedure bij de RVA. Het internet bestond uiteraard al wel, maar het gebruik ervan door de overheid en de burgers was nog vrij beperkt. Intussen is het internet en het online gebruik ervan gemeengoed geworden. De RVA is m.i. op een fantastische wijze op die kar gesprongen. Voor de aanvragen in het raam van tijdskrediet en thematische verloven bij de RVA is hun website dé bron bij uitstek geworden, zowel voor werkgevers als werknemers.

Op die manier wordt papier nu stilaan echt overbodig, aangezien zowat alle aanvragen online kunnen gebeuren. Daarom koos ik ervoor om voor deze editie van mijn boek de praktische bespreking van de aanvraagprocedure bij de RVA minder te belichten, terwijl in de eerste editie zelfs nog de papieren RVA-aanvraagformulieren als bijlage opgenomen werden…

Een laatste vraag, die ons terug brengt naar het begin van dit gesprek: de wetgeving zal ook na het verschijnen van uw nieuwe boek onverminderd verder blijven evolueren. Hoe schat u – met het vizier op de toekomst – de komende evoluties in?

De wetgevende aanpassingen aan tijdskrediet en thematische verloven zullen mee blijven deinen op de soms snel aanrollende golven van de economische en maatschappelijke ontwikkelingen.

Het is mijns inziens een goede zaak dat de wetgever tracht om hierbij zo kort mogelijk op de bal te spelen.Aan de ene kant is er de nood om werk en privé zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen, aan de andere kant zijn er de economische ontwikkelingen en verzuchtingen van de werkgevers om hun bedrijven draaiende te houden. Het recht op opname van tijdskrediet kan immers de bedrijfsorganisatie, waarvoor de werkgever verantwoordelijk is, bemoeilijken. Keerzijde van die snelle ontwikkelingen, die ook reflecteren in de vele aanpassingen aan de wetgeving, maakt natuurlijk dat ze steeds ingewikkelder wordt.

De wetgeving inzake de thematische verloven blijft de maatschappelijke evoluties ook goed volgen. Gelukkig bleven de thematische verloven wel als afzonderlijke vormen van loopbaanonderbreking bestaan, waardoor men in deze wetgevingen het bos door de bomen nog kan zien.

Specifiek voor het ouderschapsverlof wil ik wel een lans breken voor het sterker beklemtonen van de zorgvereiste als basisfilosofie voor het recht op ouderschapsverlof. Het recht zou in die zin nog uitgebreid moeten worden naar pleegouders. Dit zijn bij uitstek mensen die zich per definitie inzetten voor de opvoeding en begeleiding van kinderen, die zich bovendien ook in een moeilijke(re) opvoedingssituatie bevinden dan het gros van kinderen die door de eigen (adoptief)ouders opgevoed worden. Daarom besteed ik in deze editie hieraan uitgebreider aandacht.

Koen Feremans is advocaat aan de balie van Leuven. Zijn advocatenkantoor LEX@Work is gespecialiseerd in arbeidsrecht en socialezekerheidsrecht.

Het boek Tijdskrediet en thematische verloven in de privésector’ van Koen Feremans is verkrijgbaar via onze website

Lees hier alvast een gratis fragment: https://www.larciergroup.com/media/wysiwyg/extras/9782804476601/BERTIJ_1-5.pdf

Strada lex is door DBiT ontwikkeld, een dochteronderneming van Groep Larcier