<h2>Eenieder wordt geacht <strong>Strada lex</strong> te kennen</h2>

Naar meer menselijke kracht in het recht

Eric Lancksweerdt Eric Lancksweerdt

En man is verwikkeld in een echtscheidingsprocedure. Hij vraagt aan zijn advocaat om er op aan te sturen dat zijn ex-partner de kinderen zo weinig mogelijk te zien krijgt. Een bewonersgroep vraagt aan een juridisch expert wat kan worden gedaan om een infrastructuurproject kost wat kost tegen te houden. Iemand vertelt aan zijn advocaat dat hij een ernstige diefstal pleegde, maar hij dringt er op aan dat zou worden gepleit voor vrijspraak. Wat doe je als jurist? Ga je gewoon mee met je cliënt? Pak je de zaak zuiver juridisch aan? Of ga je met je cliënt na welke verantwoordelijkheden hij of zij eventueel zou kunnen opnemen? Probeer je samen met de cliënt te zoeken naar oplossingen die voor iedereen gunstig zijn? Onderzoek je hoe de betrokkenen uit de situatie iets kunnen leren, erop vooruit gaan als mens? Het zijn prikkelende vragen, die betrekking hebben op de taak- en rolopvatting van de hedendaagse jurist. Zij raken aan de professionele identiteit van de jurist.

We leven in een snel veranderende wereld. De economische, sociale, politieke en ecologische uitdagingen zijn immens. In die omstandigheden is het geen overbodige luxe zich af te vragen welke rol juristen in de samenleving kunnen spelen. Of wat de wezenlijke doelstellingen kunnen zijn van een rechtssysteem. Uiteraard dient het recht de samenleving te ordenen en een kader te bieden voor de oplossing van conflicten. Het is echter best denkbaar om met het recht en de rechtspraktijk nog andere doelstellingen na te streven. Zo kunnen het recht en de rechtspraktijk meer worden gericht op de ontwikkeling van onze menselijke capaciteiten zoals het vermogen tot redelijkheid, empathie, samenwerking, ethisch handelen, creativiteit, enz. Binnen een juridische context kan in bepaalde gevallen worden gewerkt aan de ontwikkeling van het menselijk potentieel van de betrokkenen, aan de emancipatie van de mens, aan menselijke zelfverwezenlijking. Men kan dan spreken van "ontwikkelingsgericht" recht.

Waarom kan het in bepaalde gevallen zinvol zijn om binnen een juridische context te werken aan menselijke zelfverwezenlijking? De belangrijkste reden is dat als wij tot verandering willen komen van bepaalde situaties, in de eerste plaats conflictsituaties, er ook een verandering dient op te treden bij de mensen die betrokken zijn in de situatie. En die verandering bestaat er precies in dat zij (meer) beroep gaan doen op hun vermogen tot redelijkheid, empathie, verbinding, creativiteit e.d.m. Men dient met andere woorden niet alleen te werken aan de “uiterlijke kant” van de probleemsituatie, maar ook aan de “innerlijke kant”, aan hoe mensen innerlijk zijn. Dat sluit aan bij het gevleugelde gezegde van Gandhi (die trouwens ook jurist was): “wees de verandering die je in de wereld wil zien”. Nu kan men wel aanvoeren dat zaken als menselijke verandering en persoonlijke groei geen aangelegenheden zijn waar een jurist zich moet mee inlaten, maar hoe mensen zijn en met welke (juridische) problemen zij worden geconfronteerd is in veel gevallen onlosmakelijk met elkaar verbonden. En voor de menselijke aspecten van een juridische problematiek gaan de betrokkenen meestal ook geen therapeuten, sociaal werkers of allerlei consulenten raadplegen. Het is dus iets dat de jurist en zijn cliënt dienen op te pakken, of juist niet. Er is nog een andere reden om menselijke zelfverwezenlijking na te streven: gerenommeerde psychologen zoals Maslow, Fromm en Rogers benadrukken dat persoonlijke groei ons gelukkiger maakt. Het gaat hier zelfs om een basisbehoefte van de mens. Dus waarom zouden we het niet doen, zeker nu wij in een tijd leven waar mensen –alleszins in het Westen- juist alle kansen krijgen om zich te ontplooien in verbinding met anderen, om hun menselijk potentieel te ontdekken en te ontwikkelen. Het inzicht dat de verandering van onze realiteit begint bij onszelf –ook in een juridische context- is al eeuwenoud, en toch blijft het zonder meer revolutionair. Want als we dit inzicht werkelijk serieus zouden nemen zal een diepgaande transformatie van onze leefwereld onvermijdelijk volgen.

Het klinkt wellicht allemaal wat theoretisch en zweverig. Toch kan het heel concreet, praktisch en tastbaar worden. En dat wordt het meer en meer. In de juridische wereld zijn we immers getuige van tal van nieuwe inzichten en methoden die toelaten om ontwikkelingsgericht te werk te gaan, ook al zijn zij niet altijd vanuit die bedoeling ontstaan. Zo zien we op burgerrechtelijk vlak dat bemiddeling, collaborative law en een verzoenende rol van gerechtsdeskundigen zeer geleidelijk aan een opmars bezig zijn. Op strafrechtelijk vlak is herstelbemiddeling een verworvenheid, maar zien we ook relatief nieuwe praktijken zoals de Gentse Drugbehandelingskamer, die er naar streeft niet alleen het juridische probleem maar ook het onderliggende menselijke probleem (drugsverslaving) aan te pakken. Of denk aan de mogelijkheden die gedetineerden krijgen om anders uit de gevangenis te komen. Op bestuursrechtelijk vlak zien we dan weer fenomenen als burgerparticipatie op de voorgrond treden, waarbij een beroep wordt gedaan op de burgerzin en de verantwoordelijkheid van mensen. Ogenschijnlijk staat dit allemaal los van elkaar, maar er zit toch een gemeenschappelijke rode draad in: er wordt een beroep gedaan op wat mensen kunnen, en zij worden hierin bijgestaan en ondersteund.

Een ontwikkelingsgerichte benadering van recht en rechtspraktijk liggen mij nauw aan het hart. Iets diep van binnen in mij zegt dat dit een zinvolle, veelbelovende piste is, en tegelijkertijd moet ik toegeven dat ik hieromtrent nog steeds met veel vragen en twijfels zit. In elk geval vond ik het de moeite om over het thema recht, rechtspraktijk en menselijke zelfverwezenlijking een boek te schrijven (Menselijke kracht in het recht), zodat een aantal ideeën in het midden kunnen worden gelegd. Ik kan mij goed voorstellen dat deze ideeën allerlei bedenkingen oproepen. Die kunnen er juist toe leiden dat de ideeën uit het boek verder worden onderbouwd en bijgestuurd waar nodig. Het is juist vanuit een veelzijdigheid van inzichten en ervaringen dat evolutie van het recht en de rechtspraktijk mogelijk worden.

Eric Lancksweerdt
Eerste Auditeur-afdelingshoofd bij de Raad van State, Gastprofessor en Praktijkassistent aan de Universiteit Antwerpen

Strada lex is door DBiT ontwikkeld, een dochteronderneming van Groep Larcier