<h2>Eenieder wordt geacht <strong>Strada lex</strong> te kennen</h2>

Strada Staatsblad

Terug naar resultatenlijst
21/09/2017

2017-09-21 - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de tenuitvoerlegging van de Europese schoolregeling. - B.S. 2017-10-04


BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

21 SEPTEMBER 2017. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de tenuitvoerlegging van de Europese schoolregeling



De Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
Gelet op de verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad;
Gelet op de uitvoeringsverordening (EU) 2017/39 van de Commissie van 3 november 2016 tot vaststelling van toepassingsbepalingen voor Verordening (EU) 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft Uniesteun voor de verstrekking van groenten, fruit, bananen en melk in onderwijsinstellingen;
Gelet op de gedelegeerde verordening (EU) 2017/40 van de Commissie van 3 november 2016 tot aanvulling van verordening (EU) 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, met betrekking tot Uniesteun voor de verstrekking van groenten en fruit, bananen en melk in onderwijsinstellingen en tot wijziging van gedelegeerde verordening (EU) 907/2014 van de Commissie;
Gelet op de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijprodukten, artikel 3, § 1, 1°, vervangen bij de wet van 29 december 1990, en 2°, ingevoegd bij de wet van 29 december 1990;
Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 1 juli 2010 in het kader van de Europese schoolregeling ter bevordering van het eten van groenten en fruit op school;
Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 8 september 2011 betreffende de verstrekking van melk en bepaalde zuivelproducten aan leerlingen in onderwijsinstellingen;
Gelet op het overleg tussen de gewesten en de federale overheid van 24 mei 2017, bekrachtigd op 15 juni 2017;
Gelet op de gendertest, uitgevoerd op 23 mei 2017;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 7/06/2017;
Gelet op de akkoordbevinding van de minister van Begroting, gegeven op 15 juni 2017;
Gelet op het advies nr. 61.754/1/V van de Raad van State, gegeven op 8 augustus 2017, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de minister van Huisvesting, Levenskwaliteit, Leefmilieu en Energie, bevoegd voor Landbouwbeleid;
Na beraadslaging,
Besluit :
HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied en definities
Artikel 1. Dit besluit bepaalt de nadere regels met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de schoolregeling als bedoeld in het artikel 23 van de verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad.
De schoolregeling voor scholen bestaat uit steun voor het verstrekken en verdelen van fruit, groenten, melk en zuivelproducten aan leerlingen van de aan de schoolregeling deelnemende scholen, voor de tenuitvoerlegging van bepaalde begeleidende educatieve maatregelen en voor bepaalde daarmee gepaard gaande kosten.
De minister werkt een beleid uit voor de tenuitvoerlegging van de schoolregeling voor een periode van zes jaar vanaf het schooljaar 2017-2018.
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° 'steun' : de som van het bedrag van de communautaire steun en van het bedrag van de door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest toegekende steun voor het verstrekken en verdelen van fruit, groenten, melk en zuivelproducten aan leerlingen in onderwijsinstellingen, alsook voor de begeleidende educatieve maatregelen;
2° 'de school' : elke instelling van het basisonderwijs van het type kleuter- en lager onderwijs en elke instelling van het buitengewoon onderwijs, erkend, gefinancierd, of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap of de Vlaamse Gemeenschap en gelegen op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
3° 'de strategie' : de strategie als bedoeld in artikel 2, leden 1 en 2 van de verordening (EU) nr. 2017/39;
4° `de schoolregeling' : de schoolregeling voor de scholen als omschreven door het artikel 23 van de verordening (EU) nr. 1308/2013;
5° 'begeleidende educatieve maatregelen': de noodzakelijke begeleidende maatregelen voor de doeltreffende tenuitvoerlegging van de schoolregeling;
6° 'het bestuur' : de voor het landbouwbeleid bevoegde directie bij Brussel Economie en Werkgelegenheid van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel;
7° 'de minister' : de minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering belast met Landbouwbeleid;
8° 'de verordening (EU) nr. 1308/2013' : de verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad;
9° 'de verordening (EU) nr. 2017/39' : de uitvoeringsverordening (EU) nr. 2017/39 van de Commissie van 3 november 2016 tot vaststelling van toepassingsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft Uniesteun voor de verstrekking van groenten, fruit, bananen en melk in onderwijsinstellingen;
10° 'de verordening (EU) nr. 2017/40' : de gedelegeerde verordening (EU) 2017/40 van de Commissie van 3 november 2016 tot aanvulling van verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, met betrekking tot Uniesteun voor de verstrekking van groenten en fruit, bananen en melk in onderwijsinstellingen en tot wijziging van gedelegeerde verordening (EU) nr. 907/2014 van de Commissie.
HOOFDSTUK 2. - Verdeling van producten
Art. 3. De deelname van de school aan de schoolregeling houdt in dat fruit, groenten, melk en zuivelproducten worden verdeeld onder de leerlingen die aan de schoolregeling deelnemen.
Wat de verdeling van de producten aan de aan de schoolregeling deelnemende leerlingen betreft, bepaalt de minister de nadere regels over de periodes, de regelmaat en de verpakking van de verdeelde producten.
Per onderwijsgraad legt de minister ook de leerlingencategorieën vast die aan de schoolregeling deelnemen.
Art. 4. De producten die voor steun in aanmerking komen, moeten deel uitmaken van de productcategorieën bepaald overeenkomstig het artikel 23, leden 3, 4 en 5, en, indien van toepassing, lid 7, van verordening (EU) nr. 1308/2013.
De minister bepaalt de lijst met in aanmerking komende producten voor elk van de vier productcategorieën, op basis van objectieve criteria die één of meer van de volgende aspecten omvatten : gezondheids- en milieuoverwegingen, seizoensgebondenheid, verscheidenheid en beschikbaarheid van lokale of regionale producten, waarbij voor zover mogelijk voorrang wordt gegeven aan uit de Unie afkomstige producten.
HOOFDSTUK 3. - Steunbedrag
Art. 5. Binnen de grenzen van de beschikbare begrotingskredieten bepaalt de minister het bedrag van de door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest toegekende steun.
Binnen de grenzen van de beschikbare begrotingskredieten bepaalt de minister het jaarlijks toegekende maximumbedrag per leerling.
HOOFDSTUK 4. - Erkenning en steunaanvraag
Afdeling 1. - Erkenning
Art. 6. De steunaanvragers in het kader van de schoolregeling worden voorafgaandelijk erkend door het bestuur.
Kunnen als steunaanvrager worden erkend:
1° de school gevestigd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
2° de inrichtende macht van de school;
3° de leverancier van producten gekozen door de onderwijsinstelling;
4° de instelling die optreedt voor rekening van een of meer scholen in het kader van een steunaanvraag en die daartoe specifiek is opgericht.
De erkenningsaanvraag of -wijziging wordt ingediend aan de hand van het formulier waarvan de minimale inhoud door de minister is bepaald. Ze wordt behoorlijk ingevuld en gedagtekend en ondertekend bij het bestuur ingediend.
Art. 7. § 1. Om erkend te kunnen worden, moet de steunaanvrager zich schriftelijk ertoe verbinden de verbintenissen na te leven die worden opgesomd in artikel 6 van de verordening (EU) nr. 2017/40.
§ 2. Jaarlijks moet de steunaanvrager vóór 30 september van het betrokken schooljaar de aanvraag aan het bestuur bezorgen.
De erkenning houdt de verbintenis in elk verzoek om informatie en/of controle van de administratie te aanvaarden om ervoor te zorgen dat de verordening (EU) nr. 2017/40 en dit besluit worden nageleefd.
Afdeling 2. - Steunaanvraag
Art. 8. § 1. De steunaanvraag beantwoordt aan de volgende voorwaarden :
1° ze wordt, aan de hand van het formulier waarvan de minimale inhoud door de minister is bepaald, door de erkende steunaanvrager bij het bestuur ingediend;
2° ze bevat minstens de volgende informatie:
a) de hoeveelheden gedistribueerde producten per productgroep als bedoeld in artikel 23, leden 3, 4 en 5, en, indien van toepassing, lid 7, van verordening (EU) nr. 1308/2013;
b) de identificatie van de aanvrager en de naam en het adres of het unieke identificatienummer van de onderwijsinstelling of de inrichtende macht van de school waaraan die hoeveelheden gedistribueerd zijn;
c) het aantal kinderen dat aan het begin van het schooljaar in het schoolregister van de betrokken onderwijsinstelling (en) is ingeschreven en tijdens de periode waarop de steunaanvraag betrekking heeft, recht heeft op de onder de schoolregeling vallende producten.
3° op het vlak van het verstrekken en het verdelen van producten en van de tenuitvoerlegging van de begeleidende educatieve maatregelen bestrijkt ze periodes van drie maanden voor de producten als bedoeld in artikel 23 van de verordening (EU) nr. 1308/2013;
4° ze wordt ingediend binnen drie maanden na afloop van de periode waarop zij betrekking hebben of, in het geval van steunaanvragen betreffende monitoring, evaluatie en publiciteit, binnen drie maanden na de datum waarop het materiaal of de dienst is geleverd;
5° de relevante verantwoordingsstukken zoals bestelbons, facturen en schuldvorderingen worden bij de aanvraag gevoegd.
§ 2. Als de in § 1, 4° bedoelde termijn met minder dan zestig kalenderdagen wordt overschreden, wordt de steun betaald, echter verminderd met :
1° 5% als de termijnoverschrijding tussen 1 en 30 kalenderdagen bedraagt;
2° 10% als de termijnoverschrijding tussen 31 en 60 kalenderdagen bedraagt.
Als de termijnoverschrijding meer dan 60 kalenderdagen bedraagt, wordt de steun bovendien per bijkomende dag verminderd met 1%. De vermindering wordt berekend op het saldo.
§ 3. De minister bepaalt de modaliteiten en de bij de steunaanvraag te voegen documenten.
HOOFDSTUK 5. - Subsidiabele kosten en betaling van de steun
Art. 9. § 1. De kosten als omschreven in artikel 4 van de verordening (EU) nr. 2017/40 komen in aanmerking voor steuntoekenning.
§ 2. Binnen de grenzen van de beschikbare begrotingskredieten kan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de belasting over de toegevoegde waarde voor de steuntoekenning van de acties die in het kader van de schoolregeling aanvaardbaar zijn, op zich nemen.
Art. 10. De steun met betrekking tot het leveren en het verdelen van de producten wordt enkel betaald tegen voorlegging van een kwitantie die overeenstemt met de daadwerkelijk geleverde en/of verdeelde hoeveelheden.
De steun met betrekking tot de begeleidende educatieve maatregelen, de opvolging, de evaluatie en de promotie wordt enkel betaald in geval van levering van het betrokken materiaal of in geval van de dienstverlening in kwestie, tegen voorlegging van de bijhorende documenten.
Binnen de drie maanden na de ontvangst van de steunaanvraag en na onderzoek van het dossier betaalt het bestuur de steun uit of deelt het zijn gemotiveerde weigeringsbeslissing of zijn gemotiveerde beslissing van gedeeltelijke steuntoekenning mee.
HOOFDSTUK 6. - Educatieve en promotiemaatregelen
Art. 11. De minister bepaalt de begeleidende educatieve maatregelen die nodig zijn voor de doeltreffende tenuitvoerlegging van de schoolregeling, die in het bijzonder informeren over plaatselijke voedselketens en de strijd tegen voedselverspilling.
De school die aan de schoolregeling deelneemt, neemt elk schooljaar van deelname minstens een door de minister bepaalde educatieve maatregel, of een andere maatregel die als pedagogische activiteit geldt in het kader van haar pedagogische of instellingsproject.
Als de school een maatregel uitvoert die als pedagogische activiteit geldt in het kader van haar pedagogische of instellingsproject, geeft ze bij de indiening van haar steunaanvraag de georganiseerde pedagogische activiteit aan die geldt als begeleidende educatieve maatregel.
De school brengt het bestuur op de hoogte van de periode van het schooljaar waarin de gekozen begeleidende educatieve maatregel zal worden uitgevoerd.
Na de uitvoering van de begeleidende educatieve maatregel kan het bestuur een uitvoeringsverslag bij de school opvragen.
De minister bepaalt de informatie die het verslag moet bevatten, alsook de regels over hoe het moet worden bezorgd.
Art. 12. Aan de hoofdingang van de school die aan de schoolregeling deelneemt, moet steeds een aanplakbiljet uithangen, op een plaats waar het duidelijk zichtbaar en leesbaar is.
Overeenkomstig artikel 12 van de verordening (EU) nr. 2017/40 bepaalt de minister het model voor het aanplakbiljet dat aan de schoolregeling gewijd is.
HOOFDSTUK 7. - Monitoring en evaluatie
Art. 13. Jaarlijks stelt het bestuur een monitoring op waardoor de doelmatigheid van het uitgevoerde schoolregeling in het licht van de goedgekeurde strategie kan worden nagegaan.
Het opvolgingsverslag omvat de informatie als bedoeld in artikel 9, paragrafen 2 tot 4 van de verordening (EU) nr. 2017/40.
De tenuitvoerlegging van de schoolregeling wordt zesjaarlijks geëvalueerd om de doelmatigheid ervan in te schatten met betrekking tot zijn doelstellingen, zoals bepaald in artikel 8, paragraaf 2, van de verordening (EU) nr. 2017/39.
HOOFDSTUK 8. - Controles, sancties en beroep
Afdeling 1. - Controle
Art. 14. Overeenkomstig artikel 9 van de verordening (EU) nr. 2017/39 controleert het bestuur de steunaanvragen.
Art. 15. Overeenkomstig artikel 10 van de verordening (EU) nr. 2017/39 verricht het bestuur controles ter plaatse.
Afdeling 2. - Sancties
Art. 16. Overeenkomstig artikel 7 van de verordening (EU) nr. 2017/40 kan het bestuur de erkenning schorsen of intrekken als de steunaanvrager de voor de schoolregeling bepaalde verplichtingen niet naleeft.
Overeenkomstig artikel 8 van de verordening (EU) nr. 2017/40 legt het bestuur de steunaanvrager een sanctie op als de voor de schoolregeling bepaalde verplichtingen niet worden nageleefd.
De met redenen omklede beslissingen als bedoeld in het eerste en het tweede lid worden aan de aanvrager betekend.
Afdeling 3. - Beroep
Art. 17. Elke aanvrager die enig belang kan aantonen, mag een beroep indienen tegen een van de beslissingen als bedoeld in artikel 16, die het bestuur heeft genomen wegens inbreuk op de regels van dit besluit en de verordeningen (EU) nr. 2017/39 en (EU) nr. 2017/40.
Art. 18. Op straffe van niet-ontvankelijkheid wordt het beroep binnen de maand die volgt op de kennisgeving van de beslissing en per aangetekend schrijven met bericht van ontvangst of tegen ontvangstbewijs bij de minister ingediend, op het adres van het bestuur.
Het beroep wordt ondertekend en gaat gepaard met een uiteenzetting van de middelen die de verzoeker aanhaalt tegen de aangevochten beslissing.
Het beroep schort de aangevochten beslissing niet op.
Art. 19. De minister betekent zijn beslissing aan de verzoeker binnen een termijn van twee maanden die ingaat op de eerste dag na ontvangst van het beroep.
Als de beslissing buiten de beoogde termijn wordt betekend, vervalt de aangevochten beslissing.
HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen
Art. 20. De erkenningen toegekend krachtens het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 1 juli 2010 in het kader van de Europese schoolregeling ter bevordering van het eten van groenten en fruit op school en het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 8 september 2011 betreffende de verstrekking van melk en bepaalde zuivelproducten aan leerlingen in onderwijsinstellingen, worden geschrapt.
Art. 21. De volgende besluiten worden opgeheven :
1° het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 1 juli 2010 in het kader van de Europese schoolregeling ter bevordering van het eten van groenten en fruit op school;
2° het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 8 september 2011 betreffende de verstrekking van melk en bepaalde zuivelproducten aan leerlingen in onderwijsinstellingen.
Tot ze aflopen, blijven deze besluiten echter van toepassing op de fruit-, groenten- en melkschoolregeling met betrekking tot de schooljaren voorafgaand aan het schooljaar 2017-2018.
Art. 22. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 23. De minister bevoegd voor Landbouwbeleid wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 21 september 2017.
Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering :
De minister-president van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
R. VERVOORT
De minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Huisvesting, Levenskwaliteit, Leefmilieu en Energie, bevoegd voor Landbouwbeleid,
C. FREMAULT



Strada lex is door DBiT ontwikkeld, een dochteronderneming van Larcier