<h2>Eenieder wordt geacht <strong>Strada lex</strong> te kennen</h2>

Strada Staatsblad

Terug naar resultatenlijst
23/09/2019

WAALSE OVERHEIDSDIENST13 SEPTEMBER 2019. - Besluit van de Waalse Regering tot vaststelling van de verdeling van de ministeriële bevoegdheden en tot regeling van de ondertekening van haar akten. - B.S. 2019-09-23


WAALSE OVERHEIDSDIENST

13 SEPTEMBER 2019. - Besluit van de Waalse Regering tot vaststelling van de verdeling van de ministeriële bevoegdheden en tot regeling van de ondertekening van haar akten



De Waalse Regering,
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, gewijzigd o.a. bij de bijzondere wetten van 8 augustus 1988, 5 mei 1993, 16 juli 1993, 13 juli 2001, 12 augustus 2003, 19 juli 2012 en 6 januari 2014;
Gelet op het bijzonder decreet van 12 juli 1999 tot opvoering van het maximumaantal Regeringsleden;
Gelet op het decreet van 11 april 2014 betreffende de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap waarvan de uitoefening aan het Waalse Gewest en aan de Franse Gemeenschapscommissie overgedragen wordt;
Overwegende dat de Regering zo doeltreffend mogelijk moet kunnen werken;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid, inzonderheid ingegeven door de noodzaak voor de Waalse Regering, samengesteld overeenkomstig de artikelen 60 en 71 van voormelde bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, om de continuïteit van de openbare dienstverlening te vrijwaren;
Op de voordracht van de Minister-President,
Besluit :
Artikel 1. In de zin van dit besluit dient te worden verstaan onder :
1° "Minister" : een Minister, Lid van de Waalse Regering;
2° "wet" : de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, gewijzigd bij de wetten van 8 augustus 1988, 5 mei 1993,16 juli 1993, 13 juli 2001, 12 augustus 2003, 19 juli 2012 en 6 januari 2014;
3° "decreet" : het decreet van 11 april 2014 betreffende de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap waarvan de uitoefening aan het Waalse Gewest en aan de Franse Gemeenschapscommissie overgedragen wordt;
Art. 2. Elio Di Rupo, Ministre-President, is bevoegd voor :
1° de coördinatie van het regeringsbeleid en van de mededeling ervan;
2° de onderlinge Belgische betrekkingen, met inbegrip van de aanhangigmaking van zaken bij het overlegcomité " Federale Regering, Gemeenschaps- en Gewestregeringen ", alsmede de werking van de instellingen, met inbegrip van de betrekkingen met het Parlement;
3° de evaluatie, het prospectief beleid en statistiek;
4° de coördinatie van het tranistieplan;
5° de coördinatie van de dossiers betreffende de Structuurfondsen, van hun uitvoering en evaluatie, met inbegrip van de betrekkingen met de Europese, de nationale en de gewestelijke instellingen;
6° de coördinatie van de armoedebestrijding;
7° de financiële tegemoetkoming naar aanleiding van schade veroorzaakt door algemene rampen, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, II, 5°, van de wet;
8° de coördinatie van het plan "Pluies";
9° de verdeling van de middelen afkomstig van de Nationale Loterij;
10° het verzoek om vervolgingen te gelasten, de deelneming aan de uitwerking van richtlijnen inzake het strafbeleid en de deelneming aan de vergaderingen van het College van de procureurs-generaal;
11° de "Espace Wallonie-Bruxelles";
12° de internationale betrekkingen, met inbegrip van de betrekkingen met de Europese instellingen en de ontwikkelingssamenwerking zoals bedoeld in artikel 6ter van de wet;
13° de in-, de uit- en de doorvoer van wapens, munities en materieel die in het bijzonder bestemd zijn voor een militair gebruik of voor de ordehandhaving en van de daarmee verband houdende technologie, evenals van de producten en technologieën voor beide doeleinden, onverminderd de federale bevoegdheid voor in- en uitvoer met betrekking tot leger en politie, en mits naleving van de criteria die bepaald zijn door de Gedragscode van de Europese Unie inzake wapenuitvoer, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, VI, 4°, van de wet;
14° de licenties voor de in-, de uit- en de doorvoer van wapens, munities en materieel die in het bijzonder bestemd zijn voor een militair gebruik of voor de ordehandhaving en van de daarmee verband houdende technologie, evenals van de producten en technologieën voor beide doeleinden, onverminderd de federale bevoegdheid voor in- en uitvoer met betrekking tot leger en politie, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, VI, vijfde lid, 8°, van de wet.
Art. 3. Willy Borsus, Vice-Minister-President en Minister van Economie, Buitenlandse Handel, Onderzoek en Digitale Innovatie, Landbouw, het "IFAPME" en de Vaardigheidscentra is bevoegd voor :
1° economie, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, VI, 1° tot 3°, en 6° tot 8°, van de wet, met inbegrip van:
a) de kmo's en de erkenning van de ondernemers;
b) het economisch impulsfonds ten gunste van de meest benadeelde reconversiegebieden, met inbegrip van de coördinatie van de dossiers;
c) de concurrentiepolen en de coördinatie ervan;
d) de beeldindustrie;
e) het afzetmarktbeleid en de uitvoer en de promotie van land- en tuinbouwproducten buiten het gewest;
f) de begeleiding van buitenlandse investeringen;
g) het prijzenbeleid in de watersector;
2° het wetenschappelijk onderzoek, zoals bedoeld in artikel 6bis van de wet;
3° de buitenlandse handel;
4° de nieuwe Technologieën met inbegrip van het glasvezelnet;
5° de telecommunicatie;
6° de cyberscholen en de cyberklassen;
7° de digitale economie;
8° de handelsvestigingen;
9° het toezicht op de "SA SOWAFINAL" onverminderd de specifieke bevoegdheden van de functionele Ministers inherent aan de financieringsprogramma's;
10° het "IFAPME" en de vaardigheidscentra;
11° ruimtelijke ordening, zoals bedoeld in artikel 6°, § 1, I, van de wet, met uitzondering van 4° en 7°;
12° de gerechtelijke procedure die bijzonder van toepassing is in geval van onteigening ten algemenen nutte, zoals bedoeld in artikel 6quater van de wet;
13° het prospectief voor de uitbreiding van de stedelijke gebieden;
14° de cartografie;
15° de landbouw, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, V, 1°, 2° en 3°, van de wet, met inbegrip van financiële tegemoetkoming naar aanleiding van schade veroorzaakt door landbouwrampen, het "Centre wallon de recherches agronomiques" van Gembloux, de slachthuizen en de aanvullende en suppletieve hulp aan landbouwbedrijven, behalve de toepassing van de wetten op de economische expansie en de bevordering van landbouw- en tuinbouwproducten in het buitenland;
16° de beroepsomscholing en -bijscholing, zoals bedoeld in artikel 3, 3°, van het decreet, voor de landbouwsector;
17° de beroepsomscholing en -bijscholing, zoals bedoeld in artikel 3, 3°, van het decreet, voor wat betreft de landbouwsector
18° de jacht en de visserij.
Art. 4. Philippe Henry, Vice-Minister-President en Minister van Klimaat, Energie, Infrastructuren en Mobiliteit is bevoegd voor :
1° energie zoals bedoeld in artikel 6, § 1, VII, van de wet, met inbegrip van de valorisering van de terrils;
2° klimaat;
3° mobiliteit, met inbegrip van de zachte mobiliteit;
4° openbaar vervoer, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, X, 8°, van de wet en de acties van begrotingsprogramma 14.02;
5° leerlingenvervoer, zoals bedoeld in artikel 3, 5°, van het decreet;
6° de bevordering van de waterwegen en van het RAVEL-wegennet;
7° de gewestelijke aspecten van de uitvoering van het investeringsplan van de NBMS en overeenkomstig het decreet van 28 februari 2019 houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 5 oktober 2018 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest betreffende de financiering van de strategische spoorweginfrastructuren, de bijkomende financiering voor investeringen in de aanleg, aanpassing of modernisering van de spoorlijnen, alsook van de bijkomende uitrusting op de onbewaakte stopplaatsen, om hun zichtbaarheid en intermodaliteit met openbaar vervoer, actieve vervoerswijzen, taxi's en autodelen te verbeteren voor zover deze verder gaan dan de investeringen die voorzien zijn in een meerjareninvesteringsplan dat effectief in voldoende financiering door de federale overheid voorziet teneinde een aantrekkelijk en performant aanbod voor het spoorvervoer dat goed aansluit op de andere vervoermiddelen te verzekeren op het gehele grondgebied i en in een door het bovengenoemde samenwerkingsakkoord vastgelegde evenredigheid ten opzichte van de federale financiering;
8° de ordehandhavingsregels voor het verkeer over de waterwegen, onder uitsluiting van de regelgeving inzake nucleair vervoer, het vervoer van explosieven en het vervoer van dierlijke stoffen die een gevaar vormen voor de bevolking;
9° de bemanningsvoorschriften voor de binnenscheepvaart en de regels ter zake van de veiligheid van de boten in de binnenscheepvaart en van de boten in de binnenscheepvaart die eveneens worden gebruikt om niet-internationale reizen over de zee te verrichten;
10° de minimale technische veiligheidsnormen inzake het bouwen en onderhouden van wegen en hun aanhorigheden, en van waterwegen en hun aanhorigheden;
11° de reglementering inzake het vervoer van gevaarlijke goederen en uitzonderlijk vervoer over de weg, met uitsluiting van de regelgeving inzake nucleair vervoer, het vervoer van explosieven en het vervoer van dierlijke stoffen die een gevaar vormen voor de bevolking;
12° openbare werken, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, X, 1° tot 6°, van de wet, met inbegrip van de langs de wegen en bevaarbare waterwegen gelegen groengebieden;
13° het uitbaggeren van waterwegen, waaronder het eigenlijke uitbaggeren zelf, de behandeling, de droging en de valorisering van baggerresten;
14° de grote kunstwerken zoals bepaald in het koninklijk besluit van 2 februari 1993 tot vaststelling van de lijst van de waterwegen en hun aanhorigheden overgedragen van de Staat aan het Waalse Gewest.
Art. 5. Christie Morreale, Vice-Minister-President en Minister van Werk, Vorming, Gezondheid, Sociale Actie, Gelijke Kansen en Vrouwenrechten is bevoegd voor :
1° het tewerkstellingsbeleid, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, IX, van de wet;
2° de sociale promotie, de beroepsomscholing en -bijscholingherscholing en de systemenen voor alternerende opleiding, zoals bedoeld in artikel 3, 2°, 3° en 4° van het decreet, behalve in de landbouwsector, het "IFAPME" en de vaardigheidscentra;
3° de sociale economie;
4° het gezondheidsbeleid, zoals bedoeld in artikel 3, 6°, van het decreet;
5° de bijstand aan personen, zoals bedoeld in artikel 3, 7°, van het decreet, met uitzondering van de wetgeving betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en het toezicht daarop;
6° het prijzenbeleid in de rustoorden;
7° de gelijke kansen;
8° de rechten van de vrouwen.
Art. 6. Jean-Luc Crucke, Minister van Financiën, Begroting, Luchthavens en Sportinfrastructuren, is bevoegd voor :
1° de begroting, de financiën en de Schatkist, met inbegrip van de uitvoering van het decreet van 7 juli 1993 tot oprichting van vijf publiekrechtelijke maatschappijen voor het beheer van de schoolgebouwen van het door de overheid gesubsidieerde onderwijs en de fiscale bevoegdheden die naar de Gewesten zijn overgeheveld bij de bijzondere wet van 1993 juli 13 tot herfinanciering van de Gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de Gewesten;
2° de luchthavens, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, X, 7° en 9°, van de wet, alsook de uitrusting en exploitatie daarvan;
3° de gemeentelijke, provinciale, intercommunale en private infrastructuren voor lichamelijke opvoeding, sport en openluchtleven zoals bedoeld in artikel 3, 1°, van het decreet;
4° de vestiging van de diensten en instellingen, alsook het beheer van onroerende goederen en het beheer van roerende goederen;
5° het authentificeren van de handelingen met een onroerend karakter, zoals bedoeld in artikel 6quinquies van de wet.
Art. 7. Pierre-Yves DERMAGNE, Minister van Huisvesting, Lokale Besturen en Stedenbeleid, is bevoegd voor :
1° de huisvesting, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, IV, van de wet;
2° de coördinatie van het plan "Permanente bewoning in de toeristische uitrustingen";
3° de ondergeschikte besturen, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, III, van de wet;
4° het administratief toezicht, zoals bedoeld in artikel 7 van de wet;
5° het toezicht op de politiezones zoals omschreven bij het decreet van 12 februari 2004 tot wijziging van het decreet van 1 april 1999 tot regeling van het toezicht op de gemeenten, provincies en intercommunales van het Waalse Gewest;
6° de wetgeving betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en het toezicht daarop;
7° het stedenbeleid;
8° de stadsvernieuwing, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, I, 4°, van de wet.
Art. 8. Valérie De Bue, Minister van Ambtenarenzaken, Informatica, Administratieve Vereenvoudiging, belast met Kinderbijslag, Toerisme, Erfgoed en Verkeersveiligheid is bevoegd voor :
1° de Ambtenarenzaken en de overheidsbesturen, met inbegrip van het Departement Juridische Zaken van het Secretariaat-generaal;
2° administratieve vereenvoudiging;
3° de E-Government en administratieve informatica; 4° de gezinsbijslagen bedoeld in artikel 3, 8°, van het decreet;
5° het toerisme, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, VI, 9°, van de wet;
6° de monumenten en landschappen, met inbegrip van de opgravingen, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, I, 7°, van de wet;
7° de opvanginfrastructuren voor peuters, ongeacht de aard ervan, de financiering van die infrastructuren en de opvolging van die financiering;
8° het beleid inzake de verkeersveiligheid, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, XII, van de wet, met met inbegrip van het toezicht op de aanvullende reglementen voor openbare wegen.
Art. 9. Céline Tellier, Minister van Leefmilieu, Natuur, Dierenwelzijn en Rurale Renovatie is bevoegd voor :
1° leefmilieu, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, VI, 1° tot 4°, van de wet, met inbegrip van milieuopvoeding;
2° natuurlijke rijkdommen, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, VI, 5° van de wet;
3° duurzame ontwikkeling, met inbegrip van de ecologische transitieovereenkomsten;
4° ontwatering, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, III, 9°, van de wet;
5° dierenwelzijn, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, XI, van de wet;
6° rurale renovatie en het natuurbehoud, zoals bedoeld in artikel 6, § 1, III, van de wet, de ruilverkaveling en de natuuropvoeding, met uitzondering van de jacht en de visserij;
7° het impulsfonds voor landelijke economische ontwikkeling, met inbegrip van de coördinatie van de dossiers.
Art. 10. In de ondertekening van de decreten en de besluiten hoeft in de titel van de Minister enkel de aangelegenheid vermeld te worden die betrekking heeft op die decreten en besluiten.
De decreten en besluiten van de Regering worden door de Minister-President medeondertekend.
Art. 11. Het besluit van de Waalse Regering van 28 juli 2017 tot vaststelling van de verdeling van de ministeriële bevoegdheden en tot regeling van de ondertekening van haar akten wordt opgeheven.
Art. 12. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het ondertekend wordt.
Art. 13. De Ministers zijn, elk wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Namen, 13 september 2019.
De Minister-President,
E. DI RUPO
De Vice-Minister-President en Minister van Economie, Buitenlandse Handel, Onderzoek, Innovatie, Digitale Technologieën, Ruimtelijke Ordening, Landbouw, het "IFAPME", en de Vaardigheidscentra,
W. BORSUS
De Vice-Minister-President en Minister van Klimaat, Energie en Mobiliteit,
Ph. HENRY
De Vice-Minister-President en Minister van Werk, Vorming, Gezondheid, Sociale Actie, Gelijke Kansen en Vrouwenrechten,
C. MORREALE
De Minister van Begroting en Financiën, Luchthavens en Sportinfrastructuren,
J.-L. CRUCKE
De Minister van Huisvesting, de Plaatselijke Besturen en het Stedenbeleid,
P-Y. DERMAGNE
De Minister van Ambtenarenzaken, Informatica, Administratieve Vereenvoudiging, belast met Kinderbijslag, Toerisme, Erfgoed en Verkeersveiligheid,
V. DE BUE
De Minister van Leefmilieu, Natuur, Bossen, Landelijke Aangelegenheden en Dierenwelzijn,
C. TELLIER



Strada lex is door DBiT ontwikkeld, een dochteronderneming van Larcier